vereniging voor sarcoïdosepatiënten .........................................................home

Erythema nodosum

Samengevat en vertaald vanuit UpToDate®

 

INLEIDING

Erythema nodosum (EN) wordt gekarakteriseerd door rode of violette onderhuidse knobbels of nodules die meestal ontwikkelen op het onderbeen. Hoewel het ontstaan ervan grotendeels onduidelijk is, wordt EN in verband gebracht met een verlate overgevoeligheidsreactie tegen antigenen geassocieerd met verschillende infectieuze stoffen, medicijnen, of andere ziekten waarmee het geassocieerd wordt. EN komt voor bij verschillende aandoeningen waarvan de oorzaak onbekend blijft zoals sarcoïdose, bepaalde inflammatoire darmziekten en de ziekte van Behçet (zie verder).

 

EPIDEMIOLOGIE

De jaarlijkse incidentie van EN is ongeveer 1 tot 5/100.000 personen, meestal vrouwen tussen de 15 en 40 jaar.

 

ETIOLOGIE

Bij de meeste patiënten met EN zijn er aanwijzingen voor een recente streptokokken infectie of is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen: in die gevallen is alleen symptomatische behandeling nodig. Maar, in 15 tot 40% van de gevallen, is EN een vroeg teken van één of andere infectie, een bindweefselaandoening of andere ontstekingen. De frequentie waarin verschillende ziekten geassocieerd met EN voorkomen varieert nogal afhankelijk van de bestudeerde populatie. Daarom is een zorgvuldige diagnose belangrijk voor patiënten die zich bij hun arts aandienen met EN.

 

KLINISCHE KENMERKEN

In de meerderheid van de gevallen ontwikkelen zich pijnlijke en rode erupties op de voorzijde van beide benen die verder evolueren naar kneuzing-achtige letsels die verdwijnen na 2 tot 8 weken zonder littekens na te laten. De letsels zijn diepliggende nodules die soms eerder voelbaar dan zichtbaar zijn. Deze nodules kunnen ook voorkomen op de dijen, romp en bovenste ledematen, maar afwezigheid op de benen is atypisch.

De uitslag gaat vaak gepaard met meervoudige gewrichtspijn, koorts en een gevoel van algemene malaise (die soms zelfs al eerder aanwezig is). De erytrocytbezinkingssnelheid is vaak verhoogd maar blijft normaal in 15 tot 40% van de gevallen.

 

PATHOLOGIE

Histologisch is de uitslag een panniculitis d.w.z. een ontsteking van het onderhuids vetweefsel, meestal zonder ontsteking van de bloedvaten hoewel dit occasioneel kan voorkomen.

 

DIAGNOSE

De diagnose van deze aandoening wordt meestal gebaseerd op klinische waarnemingen al kan in de sommige atypische gevallen een biopsie nodig zijn. Dit is bijvoorbeeld aangewezen bij patiënten zonder letsels op de benen, wanneer het probleem langer dan 6 tot 8 weken blijft duren of wanneer er zweren ontstaan.

In gebieden waar veel tuberculose voorkomt kan een biopsie uitsluitsel geven door identificatie van de tuberculose bacil in het biopsie materiaal. Om tot een pathologische diagnose te kunnen komen is het van cruciaal belang dat voldoende diep gesneden wordt voor de biopsie. Te oppervlakkige stalen zijn vaak ontoereikend voor pathologische onderzoek.

 

De volgende diagnostische tests worden aanbevolen om een waarschijnlijke oorzaak of de aanwezigheid van een bijbehorende ziekte vast te stellen:

-         volledige en differentiële telling van de bloedcellen

-         bepaling van de leverenzymen (aminotransferases, alkalisch fosfatase), bilirubine, albumine

-         meting van serum creatinine en ureum stikstof

-         bepaling van anti-strepolysine-O titer op het tijdstip van diagnose en 2 tot 4 weken later om streptokokken infectie vast te stellen

-         een longfoto om hilaire adenopatie (d.w.z. vergrote klieren ter hoogte van de longhili) zoals in het geval van longsarcoïdose, tuberculose of een eventuele schimmelinfectie aan te tonen

-         specifieke huidtesten voor tuberculose

 

DIFFERENTIELE DIAGNOSE

Andere gevallen van huiduitslag die verward kunnen worden met EN zijn bepaalde vormen van panniculitis, voornamelijk nodulaire vaatontsteking (ook wel erythema induratum genoemd), de ziekte van Weber-Christian, onderhuidse infecties als gevolg van een bacteriële- of schimmelinfectie, oppervlakkige tromboflebitis (d.i. een ontsteking van de vaatwand met vorming van bloedproppen) en vaatontsteking ter hoogte van de huid.

 

- Nodulaire panniculitis:

Nodulaire panniculitis, ook erytheem induratum genoemd, Bazin ziekte en nodulair vaatontsteking, is de primaire alternatieve diagnose bij patiënten met inflammatoire nodules van minder dan 8 weken duur waarbij de benen. Sommige studies beschrijven een klinische onderscheid tussen nodulair vasculitis en EN waarbij bij de eerste aandoening vaker zou voorkomen op de voorzijde van de benen, meer verzwering zou geven en bovendien vaker terugkeert EN. Maar andere studies tonen aanzienlijke overlap aan tussen de klinische verschijnselen van beide aandoeningen.

Primaire tuberculose is een belangrijke oorzaak van nodulair vasculitis

 

- Weber-Christian panniculitis:

De ziekte van Weber-Christian is een zeldzame infiltratieve ontstekingsziekte van de vetweefsels van het lichaam die meestal optreedt in jonge blanke vrouwen. Het wordt gekenmerkt door gevoelige huidknobbeltjes die vaak gepaard gaan met constitutionele of andere symptomen, zoals koorts, gewrichtspijnen en spierpijnen.

Er is gesuggereerd dat de meeste patiënten met het label Weber-Christian panniculitis waarschijnlijk heringedeeld zouden kunnen worden onder een andere reeds duidelijk gedefinieerde diagnose, met inbegrip van EN, andere vormen van panniculitis en oppervlakkige tromboflebitis. De (diagnose van de) ziekte van Weber-Christian zou dus binnenkort kunnen verdwijnen als afzonderlijke klinisch-pathologische entiteit.

 

- Andere:

Overige aandoeningen die een rol kunnen spelen bij de differentiële diagnose van EN-achtige huiduitslag zijn:

- oppervlakkige tromboflebitis

- cutane vasculitiden (dit zijn vaataandoeningen ter hoogte van de huid)

- onderhuidse infecties met typische bacteriën zoals stafylokokken

- granuloma annulare (dit is een zwelling van de huid, vaak in de vorm van een ringetje, veroorzaakt door een ontsteking in het onderhuidse bindweefsel).

Klinische verwarring tussen EN en deze aandoeningen treedt op in slechts een minderheid van gevallen.


In gebieden waar tuberculose niet endemisch is kan het nemen van een biopsie beperkt worden tot de atypische gevallen zoals hierboven beschreven (bv. patiënten zonder letsels op de benen, wanneer de letsels langer aanhouden dan 6 tot 8 weken, of bij de ontwikkeling van zweren).

 

OORZAKEN VAN ERYTHEMA NODOSUM

Zoals eerder vermeld is er bij de meerderheid van de patiënten waarbij EN zich voordoet en die beschreven worden in de verschillende studierapporten sprake van een recente streptokokken infectie of is er geen duidelijk identificeerbare oorzaak aan te wijzen.

In Europa en Noord-Amerika vormt sarcoïdose een dominante oorzaak van EN terwijl in andere delen van de wereld tuberculose een belangrijke onderliggende aandoening blijft. Onderzoeken die nuttig kunnen zijn om deze diagnoses uit te sluiten omvatten antistreptolysin-O (ASO) bepaling, een tuberculine huidtest, en een radiografie van de longen. Zwangerschap en het gebruik van orale  contraceptiva kunnen een verklaring zijn in een kleine groep van de gevallen, terwijl inflammatoire darmziekten, Hodgkin lymfoom en de ziekte van Behçet elk in tenminste 1 studie worden vermeld als waarschijnlijke oorzaak van EN.

 

Dominante oorzaken van erythema nodosum:

Keelontsteking veroorzaakt door een streptokokkeninfectie is wereldwijd waarschijnlijk veruit de meest voorkomende oorzaak van EN. Echter, zoals één studie suggereert, zouden strengere diagnostische criteria kunnen onthullen dat veel van deze gevallen het gevolg zijn van andere infecties van de bovenste luchtwegen. Want de groep gevallen van EN die toegeschreven worden aan streptokokken keelontsteking omvat in feite een mengsel van "duidelijke" gevallen (d.w.z. streptokokken cultuur of verandering in ASO antilichaam titer is aangetoond) en "waarschijnlijke" gevallen. Minstens de helft van de gevallen valt te categoriseren in de eerste groep. Bij veel van de patiënten in deze studies worden zelfs serologische bewijzen van een recente streptokokkeninfectie gevonden in het ontbreken zonder dat zich symptomen van keelontsteking voordoen. Dit wil zeggen dat bij de evaluatie van elke patiënt met EN best een staal vanuit de keel genomen wordt (voor cultuur) en de ASO titer bepaald wordt. 

 

Idiopathische gevallen (d.w.z. zonder gekende oorzaak) zijn goed voor 16 tot 72% van alle EN gevallen.

De diagnose van idiopathische EN is een diagnose van uitsluiting. De meeste van de andere diagnoses die geassocieerd worden met EN worden vastgesteld na een eerste fysieke onderzoek, gecombineerd met de passende onderzoeken, met inbegrip van röntgenonderzoek van de borstkas, streptokokken keelcultuur en de gepaste serologische testen, evenals een huidbiopsie in atypische gevallen. Klinische opvolging is echter vereist om gevallen van aandoeningen zoals inflammatoire darmziekten, primaire tuberculose, lymfoom en de ziekte van Behçet uit te sluiten omdat EN maanden of jaren vooraf kan gaan aan  andere uitingen van deze ernstige aandoeningen.


De meerderheid van de andere belangrijke aandoeningen die in verband gebracht worden met EN kunnen onderverdeeld worden op basis van van 2 diagnostische patronen

- EN gekoppeld aan adenopathie

- EN vergezeld van gastro-intestinale problemen

 

Erythema nodosum met hilaire adenopathie:

EN in combinatie met hilaire adenopathie kan voorkomen bij verschillende aandoeningen. Sarcoïdose is het klassieke voorbeeld in deze categorie.

 

Sarcoïdose

De prevalentie van sarcoïdose bij patiënten met EN varieert geografisch. Onder patiënten van Noord-Europese afkomst is er vaak sprake van EN bij de eerste presentatie en is de prognose over het algemeen vrij gunstig. In tegenstelling tot deze groep is EN meestal minder vaak aanwezig bij sarcoïdose patiënten met een andere etnische achtergrond en voorspelt het een minder gunstige prognose. In studies uit Thailand en Singapore werden geen gevallen van sarcoïdose opgenomen en in een Israëlische groep bestudeerde patiënten werd slechts 1 geval van EN toegeschreven aan sarcoïdose.

Het syndroom van Lofgren wordt gedefinieerd als de triade van hilaire adenopathie, acute polyarthritis (ontsteking aan meer dan één gewricht) en EN. Binnen deze groep patiënten met EN gaat het vaker om vrouwen, om dragers van het HLA-DR3-allel, en zijn er meerdere gewrichten bij betrokken. Lofgren’s syndroom is meestal een vanzelf genezende aandoening: de EN verdwijnt in de meeste gevallen binnen enkele weken tot maanden.

De aanwezigheid van artritis in een patiënt met EN én hilaire adenopathie is echter geen zekerheid voor de diagnose van sarcoïdose. Ook bepaalde bacteriële of schimmelinfecties kunnen deze bevindingen veroorzaken. In dergelijke gevallen moet de differentiële diagnose grotendeels op basis van geografische en epidemiologische gronden, alsmede laboratoriumtests worden verkleind. Toch is de aanwezigheid van artritis aan beide enkels of uveïtis (een ontsteking van het inwendige deel van het oog) een sterke aanwijzing voor de diagnose van sarcoïdose bij patiënten met EN gecombineerd met hilaire adenopathie.

 

Tuberculose

Tuberculose vormde vroeger de belangrijkste oorzaak van EN. Op dit moment is de prevalentie van tuberculose onder patiënten met EN aanzienlijk afgenomen. Desondanks maken recente studies in zowel Israël, Thailand, Frankrijk, Griekenland, Spanje en Singapore

allen melding van ten minste 1 geval.

Hilaire adenopathie als gevolg van tuberculose treedt op bij primaire infectie. Ook in de meerderheid van de gevallen van EN gekoppeld aan tuberculose is er sprake van primaire infectie. Patiënten kunnen zich aandienen met een normale röntgenonderzoek van de borstkas en een niet-reactieve tuberculine huidtest. Daarom is het aangewezen de groep patiënten die het risico loopt aan tuberculose blootgesteld te worden nog enkele maanden op te volgen om eventuele radiografische tekenen van tuberculose of huidtest conversie op te sporen.

 

Coccidiodimycosis

Coccidiodimycosis of stofkoorts is een schimmelziekte die wordt veroorzaakt door de schimmel Coccidiodes immitis die voorkomt in droge, alkalische bronnen in het zuidwesten van de Verenigde Staten, het noorden van Mexico en in soortgelijke bronnen in Zuid-Amerika. EN komt voor in ongeveer 5% van alle personen die besmet zijn met met deze schimmel. De prevalentie verhoogt tot 15 à 40% bij patiënten met acute symptomen. Acute coccidiodimycosis veroorzaakt vaak gewrichtspijnen of artritis en kan zelfs verward worden met de triade van Lofgren’s syndroom met bijbehorende EN en tweezijdige adenopathie. Net zoals bij sarcoïdose komt EN over het algemeen meer voor in blanken met coccidiodimycosis in vergelijking met andere etnische groepen, en is het een aanwijzing voor een eerder gunstige prognose in termen van het risico op chronische of verspreide infectie.

 

Histoplasmose

Histoplasmose is een besmetting met de schimmel Histoplasma capsulatum. Deze schimmel komt vooral voor in bepaalde delen van de Verenigde Staten kan ook elders in de wereld wel worden aangetroffen. Tijdens een grote uitbraak van histoplasmose in Indiana van 1978 tot 1979, werd in 4.1% van de in het  laboratorium bevestigde gevallen van infectie ook EN aangetroffen. In 2 eerdere histoplasmose uitbraken werd vaker een andere vorm van huiduitslag nl erythema multiforme waargenomen dan EN, maar beide vormen treden frequent samen op. EN komt meestal voor in de eerste of tweede week van ziekte, hoewel in een aanzienlijke minderheid van de patiënten deze huidletsels 1 of 2 weken vooraf kunnen gaan aan pulmonaire klachten.

Net zoals bij coccidiodimycosis kan acute histoplasmose verward worden met Lofgren’s syndroom wanneer het zich presenteert met EN, hilaire adenopathie en artritis.

 

Hodgkin lymfoom

Eén patiënt in van een Schotse studie diende zich aan met mediastinale adenopathie, wat atypisch is voor sarcoïdose, en  bleek uiteindelijk Hogkin lymfoom (een vorm van lymfeklierkanker) te hebben. Andere studies vermelden ook enkele gevallen van EN te wijten aan non-Hodgkin lymfoom. Andere verslagen van Hogkin en non-Hodgkin lymfoom beschrijven een geschiedenis van periodieke of permanente EN tegen de tijd dat de diagnose  duidelijk werd. Dus, onverklaarbare aanhoudende of terugkerende EN-achtige uitslag zou moeten aanzetten tot behandeling van Hogkin en non-Hodgkin lymfoom, of eventueel T-cel lymfoom met directe huid infiltratie.

 

Chlamydophila infectie

De eerste associatie tussen EN en chlamydophila infectie werd beschreven voor psittacose. Deze aandoening, ook wel papegaaiziekte genoemd, is een zeldzame maar niet ongevaarlijke vorm van longontsteking veroorzaakt door de bacterie Chlamydophila psittaci. Ook andere chlamydophila infecties, met name chlamidophila pneumoniae, kunnen EN veroorzaken. Alle in het eerste rapport beschreven patiënten hadden respiratoire klachten ten tijde van de presentatie met EN. In een meer recente studie, worden ook een aantal patiënten beschreven met de vermoedelijke diagnose van Lofgren syndroom (te wijten aan sarcoïdose) waar uiteindelijk chlamidophila pneumoniae als onderliggende oorzaak werd vastgesteld op basis van serologisch onderzoek en reactie van behandeling.

 

Yersiniose

Yersiniose is een darminfectie veroorzaakt door de bacterie Yersinia enterocolitica. Het gaat gepaard met acute diarree, koorts en buikpijn en kan erg lijken op een blinde darmontsteking. Later bestaat de kans op een chronisch verloop met gewrichtspijnen en ook is een uitbreiding van de infectie naar het gehele lichaam mogelijk.

Yersiniose werd voor het eerst beschreven als oorzaak voor EN in 1970. In Noord-Europa zou het een veel voorkomende oorzaak van EN kunnen zijn, in tegenstelling tot Noord-Amerika waar het slechts uitzonderlijk de oorzaak van EN zou zijn. Yersiniose kan ook voorkomen in combinatie met hilaire adenopathie en EN maar zonder gastro-intestinale klachten.

 

Blastomycose

Blastomycose is een infectie die veroorzaakt wordt door de schimmel Blastomyces dermatitidis. De ziekte komt vooral voor in de zuidoostelijke en centraal zuidelijke delen van de Verenigde Staten en in Canada.

De aandacht voor blastomycose als oorzaak voor EN kwam er na een uitbraak van blastomycose in de jaren 50. Bij al deze patiënten ontwikkelde EN zich pas nà de pulmonaire symptomen.

 

Erythema nodosum en gastro-intestinale klachten:

Verschillende aandoeningen kunnen leiden tot EN in combinatie met klachten ter hoogte van het maag-darmkanaal.

 

Inflammatoire darmziekten

Erythema nodosum is het meest gerapporteerde huidprobleem bij patiënten met inflammatoire darmziekten en komt vaker voor in het geval van de ziekte van Crohn dan bij ulceratieve dikkedarmontsteking.

De aanwezigheid van EN kan kan wijzen op een aantal associaties met inflammatoire darmziekten zoals verhoogde risico's voor andere extra-intestinal uitingen (bv. oog-betrokkenheid of artritis) maar meldingen over de relatie tussen EN en de ernst van inflammatoire darmziekten zijn tegenstrijdig. In 1 studie kwamen duidelijke gastro-intestinale complicaties vaker voor bij patiënten die EN ontwikkeld hadden, maar in een andere studie correleerde de aanwezigheid van EN juist niet met de ernst van de onderliggende ziekte deed.

Sommige patiënten presenteren zich met een geschiedenis van EN ten minste 1 jaar voorafgaand aan de ontwikkeling van gastro-intestinale symptomen. Meestal echter ontwikkelt EN zich rond de tijd van gastro-intestinale opstoten.

Behandeling gericht op de onderliggende darmziekte zal meestal resulteren in het verdwijnen van EN. Behandeling met systemische glucocorticoïden kan nodig zijn in aanwezigheid van vuurvaste letsels dat ofwel voorafgaan aan darm symptomen of die zich tijdens de latentere fasen van de darmziekte voordoen. Maar het gebruik ervan vereist een duidelijk gevestigde diagnose van EN als gevolg van inflammatoire darmziekten. Kaliumjodide wordt ook vermeld als zijnde een effectieve behandeling voor EN als gevolg inflammatoire darmziekten.

 

Ziekte van Behçet

De ziekte van Behçet, ook wel syndroom van Behçet of oculo-urogenitaal syndroom genoemd, is een chronische systemische auto-immuunvasculitis die zich voornamelijk kenmerkt door de aanwezigheid van aften in de mond. Daarnaast kunnen ook andere systemische afwijkingen optreden.

De ziekte van Behçet kan leiden tot identieke bevindingen als bij de ziekte van Crohn, evenals een verhoogd risico op de vorming van trombose (bloedklonters). Vier studies maken melding van patiënten met de ziekte van Behçet als de oorzaak van EN. Drie patiënten uit een Thaise studie hadden geen eerdere voorgeschiedenis van gastro-intestinale problemen, maar ontwikkelden orogenitale zweren (d.w.z. ter hoogte van mond en/of geslachtsorganen) gelijktijdig met EN-achtige huid letsels. Andere studies uit Griekenland, Spanje en Singapore melden patiënten met de ziekte van Behçet maar geven verder geen klinische details over deze patienten. Een klinische studie van 41 patiënten met de ziekte van Behçet rapporteert weliswaar EN in 32% van de gevallen, maar geeft niet aan hoeveel patiënten zich presenteerden met EN zonder symptomen die de ziekte van Behçet suggereren. Een studie van 137 Italiaanse patiënten met de ziekte van Behçet beschrijft een prevalentie van EN van 10% op het moment van presentatie en 40% op een later tijdstip in het verloop van de ziekte. Interessant is dat een andere studie vermeld dat in 5 van 18 patiënten met de ziekte van Behçet  EN al maanden tot jaren eerder aanwezig was dan zweren ter hoogte van de ogen, mond of geslachtsorganen.

De ziekte van Behçet kan worden veroorzaakt worden door blootstelling aan een infectieus agens zoals streptokokken. Het is dus mogelijk dat patiënten EN verwerven als gevolg van een streptokokken infectie en vervolgens op dezelfde basis de ziekte van Behçet ontwikkelen.

 

Bacteriële maag-darmontstekingen

Talrijke rapporten melden EN in associatie met bacteriële maagdarmontstekingen onder andere salmonella, campylobacter en shigella. Yersiniose is verantwoordelijk voor een aanzienlijk aantal gevallen in verschillende studies uit Noord-Europa, maar in andere studies wordt deze diagnose slechts heel uitzonderlijk vermeld. Patiënten met EN als gevolg van Yersinia kunnen zich aandienen met of zonder diarree maar in alle gevallen zijn serologische testen voor Yersinia antilichamen vereist om tot de diagnose te komen aangezien culturen vanuit stoelgang negatief kunnen zijn zelfs bij symptomatische patiënten. EN als gevolg van Yersinia infectie lijkt geen antibiotische therapie te vereisen, zelfs niet indien het vergezeld gaat van gastro-intestinale symptomen. Het doel van het stellen van deze diagnose (of van elke andere bacteriële gastrointestides) is het uitsluiten van inflammatoire darmziekten.

 

Pancreatitis

Pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier) is een ongewone oorzaak van pannuculitis en produceert slechts zelden een klinisch beeld dat lijkt op EN. De meeste gevallen beschreven in de literatuur zijn patiënten met EN-achtige letsels ten tijde van de presentatie met een voor de hand liggende pancreatitis. Één verslag, echter, beschrijft een patiënt die EN-achtige letsels ontwikkelde 2 weken vóór de presentatie met pancreatitis.

 

De ziekte van Whipple

De ziekte van Whipple is een zeldzame systemische infectie, die zeer waarschijnlijk wordt veroorzaakt door de grampositieve bacterie Tropheryma whipplei. De meest voorkomende presentatie van de ziekte is in de darm waardoor malabsorptie ontstaat. Onbehandeld is de ziekte meestal binnen een jaar dodelijk. Mogelijk is de ziekte het gevolg van een afwijkende reactie van het immuunsysteem op deze bacterie, die ook bij gezonde mensen kan worden aangetroffen. De ziekte komt vooral voor bij mannen (ca. 80-90%) boven de 40 jaar.

Eén verslag beschrijft een patiënt met biopsie-bewezen ziekte van Wipple die zich presenteerde met onderhuidse knobbeltjes lijkend op EN in combinatie met chronische gastro-intestinale klachten.

 

 

Andere condities die geassocieerd worden met erythema nodosum:

 

Zwangerschap en het gebruik van orale contraceptiva

Zwangerschap en orale voorbehoedsmiddelen worden in verschillende studies aangehaald als oorzaken van EN. Het feit dat EN het meest voorkomt bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd zou kunnen wijzen op een toevallig samenvallen van zwangerschap of het gebruik van orale voorbehoedsmiddelen en EN. Echter, het tijdelijk samenvallen en het terugkeren van EN tijdens latere zwangerschappen of hervatting van orale anticonceptiva (of meer recentelijk andere hormonale therapie) pleiten voor een oorzakelijk verband.

 

Medicatie

Medicijnen worden vaak aangehaald als mogelijke oorzaken van EN. Uitsluiten van toeval is in veel gevallen lastig, omdat patiënten vaak al antibiotica en koortswerende middelen ontvangen ter behandeling van koorts en andere constitutionele klachten die samen kunnen gaan met EN. Met name antibiotica van het sulfonamide type, worden vaak vermeld p^de lijst van oorzaken van EN, maar het enige gedetailleerde verslag van deze associatie betreft een patiënt die een EN-achtige reactie op lepra zou kunnen hebben gehad. Algemeen voorgeschreven medicijnen met een plausibele (maar zeldzame) associatie met het ontstaan van EN omvatten onder andere omeprazole (een maagzuurremmer), hepatitis B-vaccin, en isotretinion (middel tegen ernstige vormen van acne) .

 

Lepra

Lepra is een belangrijke oorzaak van EN in bepaalde delen van de wereld. Eén studie van 60 patiënten met EN vermeld lepra als oorzaak in 8% van de gevallen, maar geeft niet aan of er bij deze patiënten waren die zich al aandienden met EN voorafgaand aan een diagnose van lepra.

Een aparte stoornis, erythema nodosum leprosum, kan zich voordoen bij patiënten met lepra en zou kunnen wijzen op een overgevoeligheid reactie. In tegenstelling tot de typische EN, zullen  de huidletsels van erytheem nodosum leprosum vaker puisten vormen en verzweren.

 

Systemische lupus erythematosus

Systemische lupus erythematodes (SLE) is een auto-immuunziekte, met symptomen in allerlei organen. Het wordt onderscheiden van andere varianten van lupus erythematodes die tot de huid beperkt blijven.

SLE komt voor op vele lijsten die helpen bij de differentiële diagnose van EN, maar feitelijke verslagen van deze associatie zijn zeer zeldzaam. Een studie vermeldt 2 patiënten met terugkerende EN en "verhoogde auto-antistoffen" die de diagnose van “SLE varianten” ontvingen, maar er worden geen andere klinische gegevens beschreven. Drie grote studies die de klinische en serologische kenmerken van SLE beschrijven vermelden geen enkel geval van EN. In één rapport worden 2 patiënten vermeld die  voldoen aan de diagnostische criteria voor SLE nadat ze zich aangediend hadden met panniculitis; de huidletsels in één van deze patiënten leek op typische EN.

 

Andere vaatontstekingen of bindweefselziekten

Geen enkele klinische studie meldt EN als gevolg van een vaatontsteking of bindweefselziekte buiten de ziekte van Behçet. Er is wel een pathologische studie van patiënten met inflammatoire nodules op de benen die melding maakt van 2/134 patiënten met cutane periarteritis nodosa en 1/134 patiënten met het syndroom van Churg-Strauss (d.i. een auto-immuunziekte die wordt gekenmerkt door een chronische ontsteking van de kleine bloedvaten tot de middelgrote slagaderen).

Andere bindweefselziekten die in zeldzame gevallen oorzaak kunnen zijn van EN omvatten Takayasu’s arteritis (d.i. een granulomateuze ontsteking van de aorta en zijn directe aftakkingen die frequent vookomt in Azie), relapsing polychondritis (d.i. een zeer zeldzame auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem het kraakbeen aanvalt) en de ziekte van Wegener (gekenmerkt door ontstekingen van de wanden van de kleine bloedvaten die zich in meerdere organen kunnen manifesteren).

 

Tandheelkundige infectie

Tandheelkundige infecties worden zelden gemeld in de literatuur als mogelijke oorzaak van EN. Een studie uit Egypte haalt 1 geval aan van EN toe te schrijven aan een tandheelkundige infectie, maar geeft geen verdere details. Een rapport uit Duitsland beschrijft 4 patiënten met EN die vrij overtuigend toe te schrijven is aan ontstoken tandvlees en/of het recent trekken van besmette tanden.

 

HIV infectie

Geen enkele studie heeft specifiek onderzoek gedaan naar het verband tussen EN in HIV infectie, maar 2 verslagen beschrijven HIV-positieve patiënten met EN in het kader van tuberculose, en één Duits artikel beschrijft EN in een HIV-positieve patiënt waarbij geen enkele andere aanwijsbare oorzaak aanwezig is.

 

Syfilis

Syfilis wordt alleen op oudere lijsten voor differentiële diagnose voor EN teruggevonden. De associatie is echter nog steeds relevant als variant van secundaire syfilis.

 

Andere

Een onverklaarbare associatie met Sweet’s syndroom (een acute huidaandoening) wordt vermeld in verschillende studies o.a. bij 2 van de patiënten in een recente Spaanse studie. Deze studie beschrijft ook één geval van EN als gevolg van een infectie met de bacterie Brucella abortus, wat reeds eerder gemeld werd in oudere studies als mogelijke oorzaak van EN. Studies uit New York en Singapore melden elk 1 geval van gonorroe. Andere studies van EN die mogelijke oorzaken melden omvatten een arsenaal van infectieziekten.

 

BEHANDELING

Erythema nodosum verdwijnt in de meeste gevallen vanzelf of na behandeling van de onderliggende stoornis. Aldus is de behandeling meestal symptomatisch. Behandeling met antibiotica is over het algemeen niet gerechtvaardigd in patiënten met EN waarbij gedacht wordt aan een verband met streptokokken infectie als dit uitsluitend berust op serologische bewijzen voor een recente streptokokkeninfectie of op een positieve keelcultuur zonder dat er sprake is van een symptomatische keelontsteking. Omdat EN een weerspiegeling vormt van een immuunrespons en geen symptoom is van een actieve infectie is het geven van antibiotica in het kader van EN vergelijkbaar met de behandeling van een asymptomatische keelcultuur wat slechts in heel beperkte omstandigheden voordelen heeft. Bovendien hebben de meeste patiënten in de gepubliceerde studies, waarbij EN geassocieerd wordt met een mogelijke voorafgaande streptokokkeninfectie het goed gedaan zonder behandeling met antibiotica.


Voor verlichting van het ongemak veroorzaakt door de huiduitslag zelf of de begeleidende gewrichtspijn is een scala aan behandelingen beschikbaar, waaronder niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen, en kaliumjodide (360 tot 900 mg dagelijks in 3 dosissen. Kaliumjodide als een behandeling voor EN werd herontdekt na verslagen van succesvolle behandeling van andere vormen van panniculitis. Het blijft onduidelijk hoe het komt dat de behandeling van EN met kaliumjodide gunstig is.

Het bewijs voor de effectiviteit van farmacologische behandeling voor EN berust bijna uitsluitend op waarnemingen tijdens kleine studies wat aanbevelingen voor een goede behandeling moeilijk maakt. De keuze van geneesmiddel, dosis en behandelingsduur blijven voornamelijk een kwestie van stijl en voorkeur van de individuele behandelende arts.

Glucocorticoïden zijn meestal niet nodig voor ideopathische EN. Het besluit om glucocorticoïden toe te dienen berust uitsluitend op een  individueel klinisch oordeel. Bij de overweging om glucocorticoïden toe te dienen, moeten clinici de wens om de symptomen zo snel mogelijk te verlichten zorgvuldig afwegen tegen de mogelijkheid om door de behandeling een onderliggende inflammatoire of besmettelijke aandoening te maskeren (met TB als voor de hand liggende “worst case scenario”).

 

 

INFORMATIE VOOR PATIENTEN

Educatief materiaal (Engelstalig) over deze en andere onderwerpen is beschikbaar voor patiënten op website www.uptodate.com/patient

 

 ARTIKELS    I  Pathogenese  I  Diagnose  I  Therapieën longsarcoïdose  I Erythema Nodosum  I