vereniging voor sarcoïdosepatiënten .........................................................home
Nieuws    |  Postzegels |  Kaarten |  

 

De artikels werden overgenomen en vertaald uit het tijdschrift van de Duitse sarcoïdosevereniging en ze werden geschreven door Dr. K.D. Albrecht.

 

Sir Jonathan HUTCHINSON
(1828-1913)

Jonathan Hutchinson werd op 23 juli 1828 geboren in Selby, een kleine stad in het graafschap Yorkshire in Engeland. Zijn familie behoorde tot de “Society of Friends”, een deel van de Quakers (soort van godsdienstige strekking/organisatie). Jonathan groeide dan ook op in een gelukkige en zekere familiale omgeving, die echter wel zeer ernstig en vroom was. Hij ging niet naar school, maar kreeg thuis les van onderwijzeressen.

Toen hij 17 was ging hij naar York bij Dr. Caleb Williams, ook een Quaker, om medicijnen te studeren. Hij bleef daar 5 jaar en in de laatste 2 jaren ging hij er ook naar een medische school.

In 1851 kreeg hij een job in het “City of London Hospital for Disea­ses of the Chest” (ziekenhuis voor longziekten). Hij had er een genoegzaam leven. Overdag werkte hij in het ziekenhuis, daarnaast schreef hij artikels voor medische tijdschriften en ‘s avonds deed hij vrijwilligerswerk in de armenwijken van Londen.

In 1854 werd hij benoemd als chirurg in het Metropolitan Free Hospital. Daarnaast werktte hij nog in twee andere ziekenhuizen, “London Ophthalmic Hospital” (= voor oogziekten) en “Blackfriars Hospital for Diseases of the Skin”. Dit laatste was in die tijd, samen met St. John, het leidende ziekenhuis op het gebied van huidziekten in Londen. Na de eeuwwisseling verloor het echter aan belang en in 1948 werd het gesloten.

In 1863 werd Hutchinson tot chirurg benoemd van het “London Hospital” en tot assistent-chirurg van het “Moorfield Hospital”. Hij engageerde zich enorm voor zijn beroep. Hij hield voordrachten over chirurgie en opthalmologie en nam verschillende soorten werk aan in de ziekenhuizen. Hij schreef daarenboven veel medische vakbijdragen zoals o.a. boeken. Naast deze drukbezette werkagenda had hij ook een steeds groter wordende privépraktijk voor algemene chirurgie, oogziekten, huidziekten en syphilis.

In 1856 trouwde hij met Jane Pynsent West, ook een lid van de Quakers. Ze kregen 10 kinderen. Na de dood van zijn vader in 1872 kocht Jonathan de ouderlijke hofstede “Inval” in Haslemere en die werd hun familielandgoed.

Hutchinson was lid van meerdere medische verenigingen en kreeg vaak vrij vlug het voorzitterschap toebedeeld. In 1896 was hij zelfs voorzitter van een congres over Dermatologie in Berlijn. Hij kreeg heel wat eretitels en werd meermaals tot ere-doctor benoemd in zijn leven. In 1908, werd hij op 80-jarige leeftijd tot ridder geslagen als dank voor zijn verdiensten.

Hutchinson was ook een succesrijk auteur en uitgever. In 1896 was hij korte tijd uitgever van de British Medical Journal, een gerenomeerd medisch tijdschrift dat nu nog steeds bestaat en door iedereen in de medische wereld wordt gelezen en geconsulteerd. Tussen 1878 en 1884 gaf hij, in verschillende delen, zijn “Illustrations of Clinical Surgery” uit. In 1885 volgde een medische atlas en in 1887 verscheen zijn boek “Syphilis”, dat in 1909 in herziene druk verscheen. Tussen 1889 en 1900 verscheen één van zijn belangrijkste werken (naast “Syphilis”), nl. “Archives of Surgery” (letterlijk : archieven over chirurgie), een werk in 10 delen.

Hutchinson was een nauwkeurig waarnemer en beschreef in die bewuste “Archives of Surgery” de ziektetekenen die hij bij zijn patiënten waarnam. Hij nam twee plaatselijke kunstenaars onder de arm om de zichtbare, uiterlijke, ziekteverschijnselen in meer dan 100.000 tekeningen en/of aquarellen uit te beelden. Men kon in die tijd immers nog geen gebruik maken van foto’s voor een natuurgetrouwe weergave van afwijkingen, omdat de fotografie nog niet bestond. De “Archives of Surgery” is de omvangrijkste documentatiebron over ziekten die ooit door één medicus werd samengebracht.

Hutchinson was de eerste die het ziektebeeld dat we nu sarcoïdose noemen beschreef. In januari 1869 kwam John W. op consultatie in het Blackfriars Hospital. Deze kolenarbeider vertoonde purperen vlekken op benen en handen, die zich sedert 2 jaar ontwikkeld hadden. Bovendien kloeg de man over jicht in de vinger­kootjes van zijn linkerhand.

Pas later, in 1877, beschreef Hutchinson dit geval onder de titel “Case of livid papillary psoriasis” [ geval van loodkleurige papillaire psoriasis (= huidafwijking met kleine verhevenheden) ] in zijn “Illustrations of Clinical Surgery”. In een latere publicatie van de “Archives” in 1898 komt hij nogmaals op deze patiënt terug in het hoofdstuk “On eruptions which occur in connection with gout” (over huid­afwijkingen die voorkomen in verband met jicht). Hierin vertelt hij dat patiënt J.W. aan jicht leed en uiteindelijk, in 1875, op 64-jarige leeftijd is overleden aan nierfalen. Hutchinson schrijft dat hij denkt dat de huidafwijkingen van de patiënt in nauw verband staan met de jicht.

Tegenwoordig wordt deze publicatie, die als eerste beschrijving van sarcoïdose wordt aanzien, door sommige auteurs in twijfel getrokken en wordt het beschreven ziektebeeld aan eventuele andere ziekten toegeschreven.

Onomstreden daarentegen is echter de in 1898 in deel IX van de “Archives” verschenen publicatie met gedetailleerde tekeningen als zijnde de eerste beschrijving van sarcoïdose. Hutchinson beschrijft in dat bewuste artikel uitvoerig de huidveranderingen bij zijn patiënte Mevr. Mortimer. Zoals in die tijd gebruikelijk was, gaf Hutchinson de naam van de patiënt aan dat ziektebeeld namelijk “Mrs. Mortimer’s Malady”. In de tekst beschrijft hij uitvoerig “lupus vulgaris multiplex non ulcerans”. Er werden meerdere tekeningen en aquarellen gemaakt door de schilders om de ziektetekenen ervan duidelijk in beeld te brengen.

Deze publicatie was ook bij Boeck bekend. Als deze in 1899 zijn waarnemingen over “Multiple benigne sarkoid of the skin” (meerdere goedaardige sarcoïden van de huid) beschrijft, vermeldt hij uitdrukkelijk Hutchinson’s werk, dat het enige is dat gelijkenis vertoont met het door hemzelf beschreven geval.

Jonathan Hutchinson stierf op 23 juni 1913 op 85-jarige leeftijd op zijn landgoed in Haslemere. Daar vond hij ook zijn laatste rustplaats. Zijn laatste wens vervullend werd op zijn grafsteen de volgende spreuk van de Engelse dichter Wordsworth gebeiteld :

 

A man of Vison and Forward-Looking Mind

(Een man met visie en vooruitziende gedachten)

 

 

 

 

 

 

 

 

 geschiedenis  I  Hutchinson  I  Boeck  I  Besnier  I  Schaumann  I