vereniging voor sarcoïdosepatiënten .........................................................home
Nieuws    |  Postzegels |  Kaarten |  

Derde artikel uit deze reeks, vertaald uit tijdschrift nr. 38 van de Duitse sarcoïdosevereniging, ge­schreven door Dr. K-D Albrecht.

 

Ernest Henri BESNIER
(1831-1909)

In dit deel van de ziektegeschiedenis willen we de arts wiens naam (als eerste) is verbonden met het ziektebeeld voorstellen. Zijn naam is immers vereeuwigd in de vroeger gebruikte benaming Ziekte van Besnier-Boeck-Schaumann (BBS). De Nederlandse patiëntenvereniging draagt zelfs nog steeds zijn naam in hun officiële benaming Besnier-Boeck / Belangenvereniging Nederland.

Ernest Henri Besnier werd op 21 april 1831 geboren in Honfleur, een klein stadje in Normandië, Frankrijk. Zijn voor­ouders woonden al geslachtenlang in Normandië, maar wel meer zuidwestelijker in Avranches. Zijn vader was tolambtenaar.

Na omzwervingen naar Givet, Marseille en Orléans, besliste Besnier om medicijnen te gaan studeren. Hij vestigde zich in Parijs. Hij werkte zeer hard en doelbewust.

Op 21 december 1853 werd hij op 22-jarige leeftijd tot assistent-arts aangewezen. In 1857 legde hij zijn eindwerk voor. Op 12 juni 1863 werd hij benoemd tot “médecin des hôpitaux” (ziekenhuisarts). Hij werkte in de ziekenhuizen Sainte-Perine, Saint-Antoine en Maison-Dubois en verrichtte daar tussen 1864 en 1872 zijn studies rond borstvliesontsteking, cholera, galstenen, miltafwijkingen en reuma.

In 1866 werd Besnier “secretaire de la Societé Medicale des Hôpitaux” (secretaris van de medische raad voor ziekenhuizen). Daardoor kreeg hij toegang tot de verslagen en mededelingen van alle ziekenhuizen. Hij publiceerde veel over de in die tijd meest voorkomende ziekten. Hij onderbouwde zijn publicaties met statistische gegevens van ziekenhuizen uit Parijs en andere grote Franse steden. Hij werd snel bekend en nam al vlug een vooraanstaande plaats in in de Parijse medische wereld.

Op 1 januari 1873 ging de toen bekende Parijse dermatoloog (huidarts) Bazin van het Hôpital Saint Louis met pensioen. Besnier (toen 42 jaar), volgde hem op. Hij was absoluut geen dermatoloog zoals zijn voorganger, maar werkte zich door zijn eergevoel begeestering en leergierigheid snel in in dit vakgebied. Hij liet zich daarbij inwijden in de geheimen van de dermatologie door mensen die waren opgeleid door Bazin, in diens school. Daarna heeft hij door hard werken bijgedragen tot het verder ontwikkelen en de vooruitgang in de dermatologie. Een logisch gevolg van dit alles was zijn benoeming tot hoofd van de “École Dermatologique Française”.

Zijn voordrachten en spreekuren kregen snel meer dan een aantrekkingskracht voor studenten en Franse artsen alleen. Het Hôpital Saint Louis veroverde zich onder zijn leiding een bevoorrechte plaats in de dermatologie, waardoor heel wat artsen uit vele landen naar het ziekenhuis kwamen om zich te vervolmaken of gewoon om contact op te nemen met de Franse dermatologen.

Besnier was nu ook internationaal een veel gevraagd man. Hij hield voordrachten op congressen van dermatologen in Parijs (1889) en Londen (1896) en op de Lepra-conferentie in Berlijn (1897). Het was lange tijd een omstreden punt of lepra besmettelijk was ja dan neen. Besnier legde in Berlijn een omvangrijke documentatie voor, die de tegenstanders van de besmettelijkheidstheorie naar huis verwees. In 1900 was hij voorzitter van het dermatologencongres in Parijs.

Eén van de belangrijkste publicaties van Besnier is zijn verta­ling naar het Frans van de besprekingen over huidziekten van Kaposi (belangrijk dermatoloog uit Wenen, waarnaar o.a. een huidziekte is vernoemd). Hij heeft daarmee de leer van de toenmalige belangrijk(st)e “Wiener schule” (herinner u Boeck die zijn opleiding in Wenen heeft genoten) bekend gemaakt in Frankrijk. Hij voegde daar bovendien zijn eigen commentaren bij, die zowat dezelfde omvang hadden dan het originele werk, wat dit werk voor dermatologen in vele landen interessant maakte. Deze vertaling werd gedurende lange tijd als standaardwerk gebruikt door Franstalige, alsook door andere, dermatologen.

In 1889 beschreef Besnier in de “Annales de Dermatologie et Syphyllologie” een geval van “lupus pernio de face, synovites fongueuses (scrofulo-tuberculeuses) symétriques des extré­mités” ( huidziekte in het aangezicht -- verouderde term voor tuber­culeuze synovitis, waarbij het synoviale membraan (vlies dat het gewrichtskapsel van binnen bekleed) er als een zwamachtige massa uitziet symmetrisch voorkomend in de uiteinden zoals handen, voeten... ).Hij karakteriseerde deze huidziekte door “une varieté de lupus érythémateux à forme d’érythémateuse pernie ou d’asphyxie locale” ( een hoeveelheid erythemateuse lupus in de vorm van erythemateuse pernio of plaatselijke apnoe = toestand van niet of verminderd ademen ). Het wordt heden algemeen erkend dat het toen door Besnier beschreven ziektebeeld sarcoïdose was.

In Saint Louis heeft Besnier als eerste een laboratorium voor histologie (microscopisch onderzoek van weefsels) en parasi­tologie (wetenschap betreffende parasieten) opgericht. Voor de histologische onderzoeken nam hij weefselstukken weg bij zijn patiënten. Hij gebruikte daarvoor de uitdrukking “biopsie”, een term die tot heden wordt gebruikt voor deze techniek.

Besnier was een voorzichtig en bang man. Hij waste na elke visite telkens zijn handen met zeep, kuiste vervolgens zijn nagels en spoelde tenslotte zijn vingers met een alcoholische kamferoplossing. Dit alles zelfs wanneer hij slechts één patiënt had aangeraakt.

Hij stelde zeer hoge eisen aan zichzelf, deed heel veel en nauwgezet opzoekwerk voor zijn publicaties en maakte zich kwaad wanneer er stijl- of spelfouten werden gemaakt. Wanneer er in een onder zijn redacteurschap geschreven werk een fout stond, moest de uitgever zorgen voor een gecorrigeerde herdruk.

In persoonlijke omgang was hij ongenaakbaar en koud en sprak zelden op een persoonlijke manier met zijn medewerkers. Lofuitingen uitte hij ook niet zolang een medewerker bij hem was. Ondanks alles was hij een veel gevraagde leraat en wetenschapper naar wie veel jonge artsen toekwamen in het Saint Louis-ziekenhuis.

Ernest Henri Besnier stierf op 15 mei 1909 in Parijs op 78-jarige leeftijd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  geschiedenis  I  Hutchinson  I  Boeck  I  Besnier  I  Schaumann  I